Arrest HvJ EU: meldingsverplichtingen van ongebruikelijke transacties voor financiële ondernemingen 16 mei 2013 09:00:16
Op 25 april jl. heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangrijke uitspraak gedaan voor compliance officers van kredietinstellingen die actief zijn in een lidstaat zonder er gevestigd te zijn.
De in Gibraltar gevestigde Jyske Bank opereert rechtstreeks in Spanje en de door de bank aangeboden diensten vallen onder het vrije dienstenverkeer in de EU. De Spaanse financiële-inlichtingendienst had sterke aanwijzingen dat Jyske Bank betrokken zou zijn bij het witwassen van geld en vroeg om inlichtingen, welke geweigerd werden met een beroep op het in Gibraltar geldende bankgeheim. Jyske Bank betoogde dat haar informatieplicht slechts geldt ten aanzien van de financiële-inlichtingendienst van Gibraltar. Het Hof moest in deze zaak antwoorden op de vraag of de Spaanse financiële autoriteit, gelet op de Europese richtlijn 2005/60/EG ter bestrijding van het witwassen van geld, kan eisen dat de gevraagde inlichtingen rechtstreeks aan haar worden verstrekt, of dat daartoe een verzoek moet worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van Gibraltar.
Volgens het Hof verzet het Unierecht zich niet tegen de Spaanse regeling volgens welke kredietinstellingen die in Spanje actief zijn zonder er gevestigd te zijn, de voor de bestrijding van het witwassen en de financiering van terrorisme noodzakelijke gegevens rechtstreeks aan de Spaanse autoriteiten moeten verstrekken. Bij gebreke van een doeltreffend mechanisme ter verzekering van een volledige samenwerking tussen de lidstaten dat de mogelijkheid biedt deze misdrijven doeltreffend te bestrijden, is deze regeling een evenredige maatregel.
Voor de volledige uitspraak zie de link.
(Robbert – Jan Boswijk)
[download pdf-bestand] HvJ EU 25 april 2013 (Jyske Bank)

Aanbevelingen toekomst Code Banken gepubliceerd 3 april 2013 16:21:24
De Monitoringcommissie Code Banken ('Commissie') heeft op 22 maart 2013 haar aanbevelingen over de toekomst van de Code Banken ('Code') aangeboden aan de minister van Financiën en de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken.
De Commissie constateert dat de Code in de afgelopen jaren een belangrijke en nuttige functie heeft vervuld en dat hij bij banken veel zaken in beweging heeft gebracht. Wil de Code ook voor de komende jaren een belangrijke bijdrage blijven leveren aan hervorming van de bancaire sector en aan vertrouwensherstel, dan zal hij naar het oordeel van de Commissie moeten worden aangepast. Aanpassing van de Code kan naar het oordeel van de Commissie het best door de sector zelf ter hand worden genomen.
Eén van de factoren die tot aanpassing van de Code aanleiding geeft is dat diverse in de Code geadresseerde onderwerpen inmiddels in wetgeving zijn vervat, waarbij niet zelden van de Code is afgeweken (bijv. wettelijke regeling van de Bankierseed; Regeling beheerst beloningsbeleid; regelgeving omtrent toetsing deskundigheid van bestuurders).
De Commissie wijst erop dat:
1. de Code de ambitie van banken moet uitdrukken om hun positie als betrouwbare en
stabiele partner in de samenleving te herwinnen en daarbij vooral vooruit te kijken en oog te hebben voor de wensen van klanten en de samenleving van morgen;
2. de code ook een middel moet zijn voor communicatie met de samenleving. Het is vooral
met die dialoog dat vertrouwen kan worden herwonnen;
3. er, gelet op de toenemende hoeveelheid aan formele wet- en regelgeving, minder behoefte
aan een code met descriptieve regels, maar juist meer aan een code met kernprincipes waarmee
banken uitdrukking geven aan hun eigen verantwoordelijkheid. Aldus kan de code invulling
geven aan zaken die lastig zijn neer te leggen in wet- en regelgeving.
Naast aanpassing van de Code bepleit de Commissie een meer open opstelling van banken. Het is vooral met die dialoog dat vertrouwen kan worden herwonnen.
Voorts beveelt de Commissie continuering van de onafhankelijke monitoring van de naleving van de Code aan. Het mandaat van de huidige Commissie liep op 24 maart 2013 ten einde.
(Michael van Woerden)
[geen pdf-bestand beschikbaar] [bekijk link]

AFM publiceert rapport over de 9 overige accountantsorganisaties die OOB’s mogen controleren 27 maart 2013 12:11:42
Het rapport betreft de 9 accountantsorganisaties die naast de Big-4 een vergunning hebben om wettelijke controles te mogen verrichten OOB’s (organisaties van openbaar belang zijnde beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars).
De AFM heeft bij deze 9 accountantsorganisaties onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de controle en het stelsel van kwaliteitsbeheersing. Uit diverse sectoren (10 financieel, 14 bouw/vastgoed, 4 productie, 8 handel en 11 overig) zijn in totaal 47 controles onderzocht. Factoren die volgens de AFM van invloed zijn op de kwaliteit zijn:
- toon aan de top;
- stelsel van kwaliteitsbeheersing;
- de externe accountant; en
- omgevingsfactoren.
De AFM heeft in haar onderzoek naar de controles geconstateerd dat:
1. bij alle 9 accountantsorganisaties in alle onderzochte sectoren op belangrijke onderdelen sprake is van ernstige tekortkomingen. Ernstige bevindingen doen zich voor in:
- 35 van de in totaal 47 onderzochte controles (74%);
- 7 van de 12 (58%) OOB-controles;
- 6 van de 21 (28%) controles waar gesteund werd op werkzaamheden van andere accountants;
- 3 van de 12 (25%) controles waar beoordeeld werd of de veronderstelde continuïteit van de bedrijfsactiviteiten aanvaardbaar is;
- 22 van de 31 (70%) controles waar een OKB is uitgevoerd; en
- 12 van de 16 (75%) controles waar een periodieke review is uitgevoerd.
2. alle 9 accountantsorganisaties tekortgeschoten zijn in hun zorgplicht. In te veel controles hebben externe accountants onvoldoende controle-informatie verkregen om hun accountantsoordeel op te kunnen baseren tav:
- volledigheid van de omzet;
- bestaan, eigendom en waardering van onroerend goed;
- verwerking opbrengsten en kosten onderhanden projecten; en
- bestaan en waardering van financiële activa.
De AFM heeft de 9 OOB-vergunninghouders gevraagd herstelmaatregelen te treffen.
Uit het onderzoek naar het stelsel van kwaliteitsbeheersing blijkt dat meerdere OOB-vergunninghouders:
- geen duidelijke procedures, standaarden en beschrijvingen in hun stelsel hebben opgenomen;
- onvoldoende hebben gewaarborgd dat het stelsel wordt nageleefd;
- hun stelsel onvoldoende hebben geëvalueerd;
- er niet voor hebben gezorgd dat controledossiers tijdig werden afgesloten; en
- compliance onvoldoende verantwoording laten afleggen aan beleidsbepalers.
De AFM heeft normoverdragende gesprekken gevoerd en de 9 accountantsorganisaties gevraagd om een gedegen oorzaakanalyse uit te voeren naar de tekortkomingen en om kwaliteitsmaatregelen te treffen teneinde herhaling in de toekomst te voorkomen. De accountantsorganisaties staan hiervoor open en de AFM zal de implementatie van de herstel- en kwaliteitsmaatregelen nauwlettend volgen.
(Stefan Haagen)
[geen pdf-bestand beschikbaar] link naar het persbericht en rapport van de AFM

IFIAR publiceert overzicht van bevindingen van toezichthouders op accountantsorganisaties 4 januari 2013 15:58:43
Het International Forum of Independent Audit Regulators publiceert 18 december 2012 haar eerste totaaloverzicht met bevindingen naar aanleiding van de accountantscontroles bij beursgenoteerde ondernemingen en de belangrijkste financiële instellingen.
Het doel van dit overzicht van IFIAR is te identificeren welke bevindingen door haar leden, toezichthouders op accountantsorganisaties uit diverse landen, veelvuldig worden geconstateerd. Onder een bevinding wordt verstaan een belangrijk aspect van de controle waar de accountant onvoldoende werkzaamheden heeft verricht om te voldoen aan de van toepassing zijnde controlestandaarden of andere wet- en regelgeving.
Bij beursgenoteerde ondernemingen werden met name bevindingen geconstateerd op de volgende onderdelen van de controle:
1) reële waardeberekeningen;
2) interne beheersingsmaatregelen; en
3) opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen.
Bij de belangrijke financiële instellingen betrof het:
1) interne beheersingsmaatregelen;
2) waarderingen van investeringen en effecten; en
3) reserves voor verwachte verliezen op leningen en bijzondere waardeverminderingen op leningen.
De belangrijkste knelpunten zijn volgens de leden van IFIAR:
1) het gebrek aan professioneel-kritische instelling;
2) het niet in staat zijn om toereikende controle-informatie te verkrijgen ter onderbouwing van belangrijke conclusies van de accountant; en
3) een ontoereikende uitvoering van opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen.
De veranderingen die volgens de IFIAR leden het meest noodzakelijk zijn om de kwaliteit van controles te verbeteren zijn:
1) de juiste tone at the top;
2) het aanpassen van het businessmodel naar een focus op de kwaliteit van de controle; en
3) het bevorderen van de professioneel-kritische instelling onder accountants.
IFIAR concludeert dat – hoewel accountantsorganisaties reeds maatregelen hebben getroffen – de bevindingen laten zien dat accountants de kwaliteit van de controles van beursgenoteerde ondernemingen en de belangrijke financiële instellingen nog op veel onderdelen zullen moeten verbeteren. Daarnaast laat de hoeveelheid aan bevindingen in diverse landen en op verschillende onderdelen van de controle zien dat accountantsorganisaties hun controletechnieken, beleid en procedures zullen moeten blijven verbeteren. Accountantsorganisaties zullen een grondige analyse moeten uitvoeren naar de oorzaken die ten grondslag liggen aan de bevindingen en passende maatregelen moeten treffen, aldus IFIAR.
(Stefan Haagen)
[geen pdf-bestand beschikbaar] First global survey of audit inspection findings 18 december 2012

Nadere informatie over het provisieverbod op de website van de AFM 4 januari 2013 14:55:18
Meer informatie over het provisieverbod op de website van de AFM
De AFM vindt dat de kern van het provisieverbod bestaat uit de strikte scheiding tussen het advies en het eventueel af te sluiten financieel product. Iedere vorm van het al dan niet in rekening brengen van advies die hier toch enig verband tussen tussen legt, is onwenselijk. Het doel van de neiuwe regelgeving is eerlijk en zuiver financieel advies in het belang van de klant, en kan met een ongewenste koppeling worden ondergraven.
De afgelopen weken heeft de AFM al twee maal eerder gewezen op ongewenste ontwikkelingen. De advieskosten mogen niet worden betaald via (een deel van) de premie of andere periodieke betalingen voor een financieel product. Ook is het niet toegestaan de kosten voor het advies structureel kwijt te schelden.
zie ook : www.afm.nl
(André Paijmans)
[geen pdf-bestand beschikbaar]
[geen link beschikbaar]

AFM informeert banken en verzekeraars over directe beloning 7 december 2012 10:18:53
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft banken en verzekeraars per brief geïnformeerd over belangrijke aspecten van het provisieverbod en de overgang naar directe beloning. De toelichting van de AFM is als volgt.
De invoering van het provisieverbod op 1 januari 2013 voor complexe en impactvolle financiële producten roept ook bij banken en verzekeraars de nodige vragen en onduidelijkheden op. Daarom heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de aanbieders per brief geïnformeerd over belangrijke aspecten van het provisieverbod. De AFM gaat in deze brief in op het dienstverleningsdocument, productkortingen, de inning van advieskosten en gespreide betaling van advies- en distributiekosten.
Vanaf 1 januari 2013 gelden er voor aanbieders meer uitgebreide informatieverplichtingen ten aanzien van de dienstverlening aan consumenten. In die periode is het nieuwe, standaard dienstverleningsdocument nog niet beschikbaar. Adviseurs en bemiddelaars kunnen dan hun huidige dienstverleningsdocument gebruiken, maar aanbieders niet. Aanbieders zullen voorafgaand aan hun dienstverlening transparant moeten zijn over hun dienstverlening en de kosten die hiervoor in rekening worden gebracht. De AFM raadt aanbieders aan deze informatie in ieder geval op de website beschikbaar te stellen.
De nieuwe regelgeving brengt met zich mee, dat een aanbieder die klanten direct bedient, de prijs voor advies en distributie rechtstreeks bij de consument in rekening brengt. Consumenten mogen de kosten van advies gespreid betalen. Daarbij geldt wel een aantal voorwaarden. Er mag geen rente in rekening worden gebracht en de gespreide betaling mag niet langer dan 2 jaar lopen.
Onderhandelen in het belang van de klant over productkortingen (‘de beste deal realiseren’) is toegestaan, ook onder het aanstaande provisieverbod. Strikte voorwaarde hierbij is wel dat aan de afgesproken productprijs geen variabelen gekoppeld zijn, zoals een minimale productie of een bovengemiddelde kwaliteit van (advies)dienstverlening. Bovendien mag de geboden productkorting geen relatie hebben met de prijs van een dienst die een adviseur levert.
De inning van de advieskosten van onafhankelijke adviseurs door de aanbieder of gevolmachtigde agent van de aanbieder is niet toegestaan onder de aanstaande provisieregels. Door de inning van de advieskosten door de aanbieder of gevolmachtigde agent blijven onderlinge banden tussen de aanbieder en de adviseur bestaan.
(Boudewijn Broers)
[geen pdf-bestand beschikbaar] [bekijk link]

Financieel toezicht in het regeerakkoord VVD-PvdA 2 november 2012 15:03:00
In het op 29 oktober 2012 gepubliceerde regeerakkoord VVD-PvdA is aandacht besteed aan onder meer het toezicht op de financiële sector.
Enkele relevante passages zijn hieronder weergegeven.
Een gezonde financiële sector is onmisbaar voor het functioneren van onze economie. Maar als bankiers te grote risico’s nemen, kan dat onze economie ook grote schade toebrengen. Die ervaring hebben we en dat willen we niet nog eens meemaken. Daarom zetten we de fundamentele hervorming van de bankensector door, zodat banken weer een positieve bijdrage kunnen leveren aan het herstel van de reële economie.
Er komt een verplichte bankierseed met strenge sancties bij overtreding.
Niet alleen topbankiers worden door de AFM en DNB gescreend, ook bankmedewerkers verantwoordelijk voortransacties met hoge risico’s.
Producten die niet in het belang zijn van de klant mogen niet worden verkocht. De zorgplicht van banken wordt wettelijk verankerd.
Op basis van het advies van de onlangs ingestelde commissie structuur Nederlandse banken komen er voorstellen om spaartegoeden van burgers beter te beschermen tegen risicovol bankieren.
Tussen 2013 en 2018 worden de kapitaaleisen voor banken (Basel III) geleidelijk verhoogd . We halen het groeipad voor de additionele buffers voor systeemrelevante banken (SIFI) naar voren om risico’s verder in te perken. Dat doen we verantwoord op basis van een risico-inschatting en een internationale vergelijking, mede met het oog op de concurrentiepositie.
Nederland steunt de stapsgewijze totstandkoming van een Europese bankenunie. Er dient zo snel mogelijk sprake te zijn van effectief Europees bankentoezicht en opschoning van balansen. Onder strikte voorwaarden kan daarbij directe bankensteun uit het ESM aan de orde zijn. Sluitstuk is een gemeenschappelijke resolutiemechanisme en een Europees depositogarantiestelsel.
Voor organisaties die (mede) met publiek geld zijn gefinancierd, is het verboden te speculeren met complexe financiële producten zoals derivaten. Verzekeren tegenrenterisico’s is wel toegestaan. Toezicht hierop vindt plaats bij de jaarlijkse accountantscontrole.
In Europa is een versterkte samenwerking op gang gekomen met het oog op een mogelijke heffing op de financiële sector. Nederland zal zich hierbij aansluiten op voorwaarde dat onze pensioenfondsen hiervan gevrijwaard blijven, er geen disproportionele samenloop is met de huidige bankenbelasting en de inkomsten terugvloeien naar de lidstaten.
De hoogte van de maximale variabele beloning binnen de financiële sector wordt wettelijk vastgelegd op 20 procent van de vaste beloning.
Om misbruik, fraude, constructies en witwassen effectiever aan te kunnen pakken, krijgen belastingdienst en de FIOD/ECD meer capaciteit.
(Michael van Woerden)
[geen pdf-bestand beschikbaar] http://www.kabinetsformatie2012.nl/actueel

Banken en compliancerapportages 26 oktober 2012 14:57:44
Banken zijn verplicht om minstens één keer per jaar intern te rapporteren over aangelegenheden met betrekking tot de naleving van wettelijke regels en interne regels. De bedoeling van deze compliancerapportages is als volgt.
De Nederlandsche Bank (“DNB”) heeft in een recente publiatie nog eens uitgelegd wat de compliancerapportages wordt bedoeld.
Compliancerapportages zijn volgens DNB bedoeld voor: (i) de beleidsbepalers van de bank en eventueel (ii) het interne orgaan dat toezicht houdt op de naleving van wettelijke regels en interne regels in het beleid en de praktijk van de bank. Het is aan de compliance-officer(s) om dit rapport te maken. Wanneer er tekortkomingen worden geconstateerd, moet de compliance-officer duidelijk maken welke maatregelen genomen zijn. Met een volledige verantwoording kunnen beleidsbepalers zich volgens DNB goed op de hoogte stellen en daardoor effectiever opereren. Het belang van de compliancefunctie moet volgens DNB niet worden onderschat. Als deze functie niet naar behoren is ingevuld, dan kan een bank volgens DNB aanzienlijke risico’s lopen: interne misstanden kunnen tot problemen en reputatieschade leiden.
De wettelijke verplichting voor het opstellen van de compliancerapportages volgt uit artikel 21 van het Besluit prudentiële regels Wft. Dat artikel zegt samengevat het volgende.
Banken beschikken over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Dit organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de bank (of bijkantoor) zelf heeft opgesteld.
Het organisatieonderdeel van een bank, die ingevolge de wet in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft verder als taak:
a. Het adviseren van de personen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten bij de naleving van wettelijke regels en interne regels.
b. Het toezien op de deugdelijkheid en effectiviteit van de interne regels en procedures.
c. Het beoordelen van de effectiviteit van de procedures en maatregelen om gesignaleerde onvolkomenheden bij de naleving van wettelijke regels en interne regels op te heffen; en
d. Het ten minste jaarlijks rapporteren aan de dagelijks beleidsbepalers van de bank en eventueel aan het orgaan (voor zover aanwezig) dat is belast met toezicht op het (algemene) beleid van de bank inzake aangelegenheden m.b.t. de naleving van wettelijke regels en interne regels. In het geval van gesignaleerde tekortkomingen, moet met name worden vermeld of er maatregelen zijn genomen.
(Boudewijn Broers)
[geen pdf-bestand beschikbaar] http://www.dnb.nl/publicatie/publicaties-dnb/nieuwsbrief-banken/nieuwsbrief